Johnson roept op tot kalmte na nieuwe avond van rellen in Noord-Ierland
De Britse premier Boris Johnson heeft woensdagavond opgeroepen tot kalmte in Noord-Ierland nadat een groep jongeren in een pro-Brits deel van de Noord-Ierse hoofdstad Belfast een bus had gekaapt en in brand had gestoken. De relschoppers vielen bovendien de politie aan.
De pro-Britse politieke partij DUP maakt zich ook boos om het besluit om de Iers-nationalistische organisatie Sinn Féin niet te vervolgen na een drukbezochte begrafenis waarbij vorig jaar de coronaregels niet in acht werden genomen. Sinn Féin, ooit gelieerd aan de Iers-nationalistische beweging IRA, verwijt de DUP dat die de spanningen in Noord-Ierland verder op het spits drijft met het verzet tegen de nieuwe handelsovereenkomsten.
De Noord-Ierse politie zegt dat het geweld van de laatste dagen is aangewakkerd onder invloed van "criminele elementen". De onlusten van woensdag vonden plaats bij de Shankill Road, in de buurt van een muur die een van oudsher pro-Britse buurt scheidt van een pro-Ierse buurt.
Johnson zegt bezorgd te zijn over situatie
Zowel de leiders van de DUP als die van Sinn Féin hebben het geweld van de afgelopen dagen veroordeeld. DUP-aanvoerder Arlene Foster haalt in de tweet waarin ze de pro-Britse jongeren veroordeelde voor de vandalistische acties, ook uit naar Sinn Féin, volgens haar "de echte wetsovertreders".
Deze inhoud kan helaas niet worden getoondWij hebben geen toestemming voor de benodigde cookies. Aanvaard de cookies om deze inhoud te bekijken.