Ethiopië komt onder een vergrootglas te liggen vanwege vermeende oorlogsmisdaden in Tigray. In de noordelijke provincie strijdt het regeringsleger op gewelddadige wijze tegen een regionaal bevrijdingsfront. De Verenigde Naties openen samen met de Ethiopische mensenrechtencommissie (EHRC) een onderzoek.

In de noordelijke provincie Tigray zijn sinds afgelopen november duizenden mensen omgekomen. Nog eens honderdduizenden mensen zijn op de vlucht geslagen vanwege het geweld. De VN heeft eerder al zorgen over wreedheden geuit. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken sprak van etnische zuiveringen, maar Ethiopië ontkent dat.

De EHRC, een onderdeel van de Ethiopische overheid, heeft bij de VN een verzoek ingediend voor een gezamenlijk onderzoek naar de vermeende oorlogsmisdaden. VN-mensenrechtenchef Michelle Bachelet heeft "positief gereageerd", aldus een VN-woordvoerder. De twee organisaties zijn nu bezig met het ontwikkelen van een onderzoeksplan.

Ook Eritrese troepen in Ethiopië

Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Addis Abeba liet recent al weten met internationale mensenrechtendeskundigen samen te willen werken om beschuldigingen van wreedheden te onderzoeken. Amnesty International meldde vorige maand in een rapport dat soldaten van buurland Eritrea honderden burgers zouden hebben gedood in de Ethiopische stad Aksum.

Eritrea ontkent in alle toonaarden, maar de EHRC kwam met een relaas dat sterk leek op dat van Amnesty. Daarmee erkende Ethiopië dat troepen uit Eritrea actief zijn in het land. Zowel Ethiopië als Eritrea heeft dat meermaals ontkend.

Het Tigray People's Liberation Front (TPLF) erkent de regering van premier Abiy Ahmed niet. Ahmed streeft meer eenheid na door lokale, etnische besturen samen te voegen in een landelijk bestuur.