De leefomstandigheden in Syrië hebben tien jaar na de start van het conflict een dieptepunt bereikt, zegt het Rode Kruis vrijdag. De inwoners van het land leven al jarenlang tussen het aanhoudende geweld en krijgen nu ook te maken met de coronacrisis en de gevolgen van een economische crisis. Dat heeft onder meer tot gevolg dat zo'n 60 procent van de Syriërs niet genoeg voedzaam eten kan kopen, aldus de hulporganisatie.

De aanhoudende problemen in het land hebben er inmiddels toe geleid dat meer dan dertien miljoen inwoners van het land een vorm van humanitaire hulp nodig hebben.

Naast dat een groot deel van de bevolking niet aan voldoende voedsel kan komen, is het voor veel Syriërs ook onmogelijk om zich te beschermen tegen het coronavirus.

"Het is in Syrië geen keuze of je een mondkapje draagt of niet. Mensen hebben simpelweg geen geld om beschermingsmiddelen of zeep te kopen. En voor mensen die in tenten in kampen leven, is het nauwelijks mogelijk om op veilige afstand te leven van elkaar", zegt Juriaan Lahr, hoofd Internationale Hulp van het Nederlandse Rode Kruis.

Het Rode Kruis is al langere tijd met andere hulporganisaties in het gebied aanwezig om hulp te verlenen, maar dat blijkt complex. Zo is de hulpverlening niet zonder gevaar: er vonden meerdere aanvallen op gezondheidsfaciliteiten plaats en al 73 hulpverleners kwamen tijdens hun werkzaamheden in het gebied om het leven.

Syrië gaat al jarenlang gebukt onder een burgeroorlog. De vlam sloeg in de pan in de nasleep van de Arabische Lente in 2011. Sindsdien hebben verschillende groepen in het land elkaar bevochten. Door deze oorlog zijn naar schatting al meer dan 200.000 Syriërs om het leven gekomen.