In het Syrische vluchtelingenkamp Al-Hol is in februari een medewerker van Artsen zonder Grenzen vermoord in zijn tent. De organisatie heeft besloten de werkzaamheden in het kamp per direct tijdelijk te staken vanwege de onveilige situatie.

De organisatie kan tijdelijk geen medische zorg leveren bij bewoners in hun tenten. In de kliniek van Artsen zonder Grenzen kan wel hulp worden geboden.

De moord op de medewerker is een van de vele incidenten die het personeel in het kamp meemaakte. Zo benoemt de organisatie ook een - per ongeluk gestichte - brand die daags na de aanslag zeven levens eiste. De vierjarige dochter van een medewerker kwam daarbij om het leven, terwijl drie medewerkers gewond raakten.

Volgens Artsen zonder Grenzen is de situatie in het kamp al twee jaar "onacceptabel". Sinds januari zouden dertig bewoners zijn vermoord. Daders zouden messen en vuurwapens tot hun beschikking hebben. Zo werden eind januari nog een moeder en haar kind met schotwonden behandeld.

De organisatie zegt "geschokt" te zijn door het geweld, omdat twee derde van alle bewoners van het kamp kind is. "Velen die vermoord worden laten kinderen achter, die door niemand geholpen worden", aldus Artsen zonder Grenzen.

Artsen zonder Grenzen dringt er bij de lokale autoriteiten op aan met een oplossing te komen.