Het leger van Eritrea zou in november vorig jaar honderden burgers hebben gedood in de Noord-Ethiopische regio Tigray, meldt mensenrechtenorganisatie Amnesty International in een vrijdag verschenen rapport.

In de Ethiopische stad Aksum zouden de troepen zich op 28 en 29 november schuldig hebben gemaakt aan massa-executies. Amnesty kwam tot die conclusie na gesprekken met tientallen getuigen. De executies komen in juridisch opzicht neer op misdaden tegen de menselijkheid, aldus de organisatie.

Ook zouden de Eritreeërs zich schuldig maken aan plunderingen. De Ethiopische regering onderzoekt de beschuldigingen.

In de Noord-Ethiopische regio Tigray is sinds november vorig jaar sprake van een conflict tussen strijders van het Volksbevrijdingsfront van Tigray (TPLF) en de regering in Addis Abeba.

Ethiopië en Eritrea hebben altijd ontkend dat Eritrese troepen binnen de Ethiopische grenzen opereren. TPLF en burgers in Tigray beweren echter dat Eritrese troepen ingrepen om het Ethiopische leger te ondersteunen, nadat het TPLF op 4 november een legerbasis had aangevallen. Het zou om een vergelding gaan.

Gebied afgesloten voor journalisten

Het kostte de mensenrechtenorganisatie maanden om de berichten over het bloedbad in Aksum bevestigd te krijgen.

Tigray was afgesloten van de buitenwereld en het lukte journalisten amper het afgegrendelde gebied binnen te komen.

Abiy Ahmed, de Ethiopische premier en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede, riep op de dag van de executies in Aksum de overwinning op het TPLF uit. Dat was een dag nadat de rebellen zich hadden teruggetrokken uit de provinciehoofdstad Mekelle.