De partijen in de Spaanse regio Catalonië die naar onafhankelijkheid streven, hebben bij de regionale verkiezingen zondag hun meerderheid behouden. Ze hebben zelfs voor het eerst meer dan de helft van de stemmen gekregen in de Catalaanse verkiezingen. Volgens Spaanse media komt dat door de erg lage opkomst, van 53,5 procent, als gevolg van het coronavirus.

De grote winnaar is de sociaaldemocratische PSC onder leiding van ex-gezondheidsminister Salvador Illa. De partij gaat van 17 naar 33 zetels in het Catalaanse parlement, dat 135 zetels telt.

De sociaaldemocratische Spaanse premier Pedro Sánchez had Illa naar Catalonië gestuurd om de separatisten van hun meerderheid te houden, maar dat is ondanks de verkiezingszege niet gelukt. Wel zag Sánchez in Catalonië zijn rivalen van de Volkspartij (PP) verliezen.

De winst van de sociaaldemocraten lijkt de machtsverhoudingen in Catalonië niet ingrijpend te wijzigen. De onderling verdeelde separatistische partijen hebben samen 74 zetels en zouden weer een regering kunnen vormen.

De PP en de rechts-liberale Ciudadanos verloren fors. Ze werden 'rechts' gepasseerd door de conservatieve Spaans-nationalistische partij Vox die met elf zetels in het parlement zijn intrede maakt. Vox heeft daarmee meer zetels dan de PP en Ciudadanos samen.

Strubbelingen rond separatisme

Een separatistische regering heeft in 2017 een chaotisch referendum gehouden waar voornamelijk voorstanders van de afscheiding van Spanje hun stem uitbrachten. Dat werd gebruikt om de onafhankelijkheid uit te roepen, maar het leidde tot ingrijpen van Madrid dat de Catalaanse regering afzette.

Bij de verkiezingen die eind dat jaar werden gehouden kregen de separatisten samen 47 procent en dankzij het kiesstelsel weer een meerderheid in het Catalaanse parlement.