De resten van ongeveer 120 Russische en Franse soldaten, die elkaar in 1812 bevochten tijdens de veldtocht van keizer Napoleon Bonaparte naar Rusland, zijn zaterdag herbegraven in de Russische plaats Vyazma. Ook de resten van drie kokkinnen en drie tamboers zijn herbegraven.

De stoffelijke resten werden ongeveer twaalf jaar geleden ontdekt in een massagraf bij Vyazma, dat zo'n 200 kilometer ten westen van Moskou ligt en waar op 3 november 1812 een veldslag plaatsvond. Op het moment van de veldtocht waren de Fransen zich al aan het terugtrekken.

De begrafenisceremonie in de vrieskou ging vergezeld van kanonschoten als saluut en vond plaats in het bijzijn van een honderdtal figuranten in historisch kostuum.

Ook waren er nazaten bij van de 'grote generaals' uit de napoleontische tijd, zoals maarschalk Joachim Murat. Diens gelijknamige verre achterneef zei zeer geëmotioneerd te zijn doordat hij bij dit eerbetoon aan de soldaten van Napoleon aanwezig mocht zijn.

Militairen geïdentificeerd aan de hand van metalen uniformknopen

Pas jaren na de ontdekking van de lichamen, in 2019, hebben Russische en Franse archeologen de resten opgegraven en onderzocht. Door de metalen uniformknopen kon bij een deel van de resten worden vastgesteld dat het om voormalige militairen van Napoleon ging.

De veldtocht naar Rusland kostte honderdduizenden militairen van Napoleons multinationale Grande Armée het leven: 300.000 Fransen, 70.000 Polen, 50.000 Italianen, 80.000 Duitsers en ook duizenden Nederlanders. Aan Russische zijde vielen mogelijk 450.000 doden.