Het International Strafhof (ICC) in Den Haag mag doorgaan met het onderzoek naar mogelijke oorlogsmisdaden in de Palestijnse gebieden (Gaza en de Westelijke Jordaanoever, waaronder Oost-Jeruzalem). De commissie die zich over het verzoek daartoe van hoofdaanklager Fatou Bensouda heeft gebogen, heeft vrijdag bepaald dat het ICC over de jurisdictie beschikt.

Israël maakte bezwaar tegen dat voorgenomen onderzoek. Volgens premier Benjamin Netanyahu kan het ICC - waarbij Israël overigens niet is aangesloten, in tegenstelling tot de Palestijnse Autoriteit - slechts zaken die door soevereine staten zijn aangebracht op de agenda zetten. Palestina behoort niet tot die categorie.

De rechters van de betreffende ICC-kamer zijn echter in meerderheid van oordeel dat het ICC wel degelijk rechterlijke bevoegdheid heeft in de Palestijnse territoria die Israël sinds 1967 bezet houdt.

Het ICC heeft het vermoeden dat er sindsdien sprake kan zijn geweest van oorlogsmisdaden en wreedheden, gepleegd door Israëlische militairen met instemming van de politiek, maar wellicht ook door Palestijnse milities.

Netanyahu boos over onderzoek

Netanyahu reageerde gepikeerd op het nieuws uit Den Haag. Hij zei dat dit besluit van het hof afbreuk doet aan de mogelijkheden van democratische landen zich te verdedigen tegen terreur. De Amerikaanse buitenlandwoordvoerder Ned Price toonde "ernstige bezorgdheid" over de inspanning van het ICC om jurisdictie te krijgen over Israëlische manschappen in de gebieden in kwestie.

Het Palestijns ministerie van Buitenlandse Zaken daarentegen sprak van een "historische dag voor het principe van aansprakelijkheid" en zei er klaar voor te staan de ICC-aanklager medewerking te verlenen als een onderzoek in gang wordt gezet.