De Republikeinse Partij keert zich tegen het lid van het Huis van Afgevaardigden Marjorie Taylor Greene omdat ze leugens en complottheorieën zou verspreiden. De Republikeinse Senaatsleider Mitch McConnell noemde haar maandag "een kankergezwel" voor zijn partij.

McConell haalde in een verklaring uit naar Greene vanwege haar "gekke leugens". Greene is namens de staat Georgia lid van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. Ze is een fanatieke aanhanger van oud-president Donald Trump en houdt vol dat hij de verkiezingen heeft gewonnen.

Daarnaast omarmt ze ook allerlei samenzweringstheorieën. Zo beweert ze dat er bij de aanslagen van 11 september 2001 geen vliegtuig in het Pentagon is gevlogen en dat Bill en Hillary Clinton verantwoordelijk zijn voor de dood van de zoon van oud-president John F. Kennedy, die om het leven kwam bij een vliegtuigongeluk.

Ook gelooft Greene dat schietpartijen op scholen geënsceneerd waren om het recht op wapenbezit in te perken. Op sociale media gaf ze likes aan posts waarin werd opgeroepen om Nancy Pelosi, de Democratische leider van het Huis van Afgevaardigden, te vermoorden.

'Greene leeft niet in de realiteit'

"Iemand die dit soort uitspraken doet leeft niet in de realiteit", zei McConnell tegen politiek magazine The Hill. "Dit heeft niks te maken met inhoudelijke debatten die onze partij kunnen versterken", aldus de Senaatsleider.

De Democraten willen Greene, onder meer vanwege haar steun voor de bestorming van het Congres, uit alle commissies van het Huis zetten, als de leiding van de Republikeinen dat nalaat.

Maar Greene lijkt niet van plan om in te binden. "De echte kanker voor de Republikeinse Partij zijn zwakke Republikeinen die alleen weten hoe ze gracieus moeten verliezen. Dit is waarom we ons land aan het verliezen zijn", schreef ze op Twitter. Greene beweert dat ze steun geniet van Trump en zei dat ze hem zaterdag telefonisch heeft gesproken. Ze verzekerde dat ze zich "nooit zal verontschuldigen" voor haar opmerkingen en acties.

De Amerikaanse grondwet maakt het mogelijk dat een lid van het Huis van Afgevaardigden door collega's uit het Congres kan worden gezet. Daar is dan wel een tweederdemeerderheid in het Huis voor nodig. Het is in totaal slechts vijf keer voorgekomen dat een Congreslid uit het ambt is gezet. De twee recentste gevallen dateren van 1980 en 2002 en hadden te maken met veroordelingen voor corruptie.