De federale rechtbank in New York heeft maandag de sancties die de Amerikaanse president Donald Trump eerder oplegde aan bepaalde medewerkers van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag teruggedraaid. Volgens de rechtbank zijn de sancties in strijd met de Amerikaanse grondwet.

De regering-Trump was het niet eens met een goedgekeurd onderzoek van het strafhof naar oorlogsmisdaden die mogelijk zijn begaan door Amerikaanse troepen in Afghanistan.

Trump vaardigde daarom in juni een decreet tot sancties uit. Daarmee konden economische sancties en reisbeperkingen worden opgelegd aan medewerkers van het ICC die aan het onderzoek meewerken.

Volgens de rechter in Manhattan beperkt het presidentiële bevel de klagers in hun vrijheid van meningsuiting, zoals vastgelegd in de Amerikaanse grondwet. "Nationale veiligheid moet geen talisman zijn die gebruikt wordt om onwelgevallige claims af te weren", oordeelde ze.

Leden van de regering-Trump, onder wie minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo, stellen dat het ICC niet het recht heeft om onderzoek te doen naar mogelijke oorlogsmisdaden in Afghanistan. Volgens hen tast een onderzoek de soevereiniteit van de VS aan. Pompeo noemde het ICC eerder "een neprechtbank".

Onderzoek naar misdaden tussen 2003 en 2014

Fatou Bensouda, aanklager bij het ICC, wil een onderzoek naar mogelijk begane oorlogsmisdaden in Afghanistan tussen 2003 en 2014.

Het onderzoek moet onder meer kijken naar het massaal doden van burgers door de Taliban en de mogelijke mishandeling van gevangenen door het Amerikaanse leger en de Central Intelligence Agency (CIA). Het onderzoek werd in maart al goedgekeurd en was al een aantal jaar in vooronderzoek.

Het ICC werd opgericht in 2002 om oorlogsmisdaden, genocide en misdaden tegen de menselijkheid te onderzoeken. Het hof wordt door 123 landen erkend. De VS is nooit lid geweest van het strafhof.

Hoewel Afghanistan wel lid is van het strafhof, stelt de Afghaanse regering voor om oorlogsmisdaden in eigen land te berechten.