Twee agenten in de Amerikaanse stad Louisville worden ontslagen vanwege hun betrokkenheid bij de dood van Breonna Taylor. De 26-jarige zwarte vrouw werd in maart doodgeschoten tijdens een nachtelijke inval in haar huis.

Het gaat om een van de agenten die Taylor doodschoot en de agent die het huiszoekingsbevel aanvroeg. Een andere agent die op de vrouw schoot, werd al in juni ontslagen.

Het slachtoffer sliep toen de agenten onaangekondigd haar woning binnenkwamen. Haar vriend loste één schot omdat hij dacht dat de agenten inbrekers waren. De agenten in burger reageerden met in totaal 32 schoten. Taylor werd door meerdere kogels geraakt.

Alleen de in juni ontslagen agent is aangeklaagd voor zijn rol bij de dood van Taylor. Hij wordt vervolgd voor het schieten op een ruit en schuifpui zonder te weten wie erachter zat. Hij zou daarmee op roekeloze wijze mensenlevens in gevaar hebben gebracht.

Sinds Taylors dood is er in Louisville een verbod op huiszoekingsbevelen waarbij agenten zichzelf niet hoeven aan te kondigen voordat ze naar binnen gaan. Daarnaast heeft de politie in een schikking met de nabestaanden onder meer afgesproken dat huiszoekingsbevelen extra gecontroleerd worden.

De dood van Taylor en andere zwarte Amerikanen als gevolg van politiegeweld leidde dit jaar tot grote protesten onder de naam Black Lives Matter. Ook in veel andere landen, waaronder Nederland, werd vervolgens massaal actiegevoerd tegen racisme.