Het Turkse parlement heeft zondag een wet aangenomen waarmee leden van organisaties die worden onderzocht op beschuldigingen van terrorisme kunnen worden vervangen. Volgens mensenrechtenorganisaties, waaronder Amnesty International, kunnen zo de vrijheden van maatschappelijke organisaties worden beperkt.

De wet staat de minister van Binnenlandse Zaken toe om leden van stichtingen, verenigingen en andere groeperingen die worden onderzocht op beschuldigingen van terrorisme te vervangen.

Verder kan het ministerie van Binnenlandse Zaken onder de nieuwe wet een beroep doen op rechtbanken om onderzochte groepen op non-actief te zetten. Deze kunnen dan ook geen donaties ontvangen. Ook internationale organisaties zullen onder de wet vallen en dienovereenkomstig worden gestraft.

Begin deze week stelden zeven maatschappelijke organisaties, waaronder Human Rights Association en Amnesty, een brandbrief op over de nieuwe wet. De organisaties noemen de mogelijke beschuldigingen van terrorisme in Turkije arbitrair.

"Gezien het feit dat duizenden maatschappelijke activisten, journalisten, politici en leden van beroepsorganisaties worden onderzocht in het kader van de (antiterrorismewet), lijdt het geen twijfel dat deze wet gericht zal zijn op bijna alle tegenstanders van het regime", aldus de organisaties.

'Maatregelen noodzakelijk vanwege bedreigingen van de veiligheid'

De regering zegt dat de maatregelen noodzakelijk zijn gezien de bedreigingen van de veiligheid waarmee Turkije wordt geconfronteerd.

Sinds de mislukte staatsgreep in 2016 lopen er onderzoeken tegen honderdduizenden mensen wegens beschuldigingen van terrorisme. De Turkse rechtbank veroordeelde eind november 337 personen tot levenslange gevangenisstraffen voor de mislukte staatsgreep.