Meer dan 400.000 mensen zijn sinds 2017 gevlucht uit het noorden van Mozambique, meldt de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties UNHCR maandag. Deze mensen zijn op de vlucht geslagen vanwege de gewapende groeperingen in het gebied.

De opstand in de noordelijke provincie Cabo Delgado is dit jaar in stroomversnelling geraakt. De groeperingen, die gelinkt worden aan Islamitische Staat (IS), nemen het regelmatig op tegen het leger en veroveren ook volledige steden.

De VN-organisatie meldt dat burgers, voornamelijk vrouwen en kinderen, het slachtoffer zijn van mensenrechtenschendingen zoals brute aanvallen en ontvoeringen. Onder meer scholen, zorgcentra en woningen zouden worden aangevallen en verwoest.

Valentin Tapsoba, UNHCR-hoofd in het zuiden van Afrika, zegt dat 424.000 mensen zijn gevlucht naar de aangrenzende provincies Niassa en Nampula. Precies een maand geleden ging het volgens de schattingen nog om 355.000 personen. Volgens de directeur zijn volgens de Mozambikaanse cijfers sinds 2017 zelfs 570.000 mensen op de vlucht geslagen.

Onder de vluchtelingen zijn Mozambikanen die vorig jaar zwaar waren getroffen door de cyclonen Kenneth en Idai. Tapsoba zegt dat families na al het natuurgeweld nog bezig waren met het heropbouwen van hun levens.

De leiders van Mozambique, Zimbabwe, Zuid-Afrika, Botswana en Tanzania komen maandag bijeen voor een overleg over de situatie in Cabo Delgado. Tapsoba waarschuwt dat het geweld zich naar andere landen kan uitbreiden. Daarom is het volgens hem belangrijk dat de landen het probleem samen aanpakken.