De Libanese premier Hassan Diab en drie oud-ministers zijn donderdag aangeklaagd vanwege betrokkenheid bij de explosie in de hoofdstad Beiroet. Bij de ontploffing in augustus kwamen zo'n tweehonderd mensen om het leven.

De onderzoeksrechter verdacht het viertal van nalatigheid en wil hen daarom volgende week ondervragen. Naast Diab gaat het om oud-ministers Ali Hassan Khalil (Financiën), Ghazi Zeaiter (Openbare Werken) en Youssef Finianos (Openbare Werken).

De explosie werd veroorzaakt door duizenden tonnen aan slecht opgeslagen ammoniumnitraat. Het chemische middel, dat in sommige situaties levensgevaarlijk is, werd in de haven opgeslagen nadat het daar in 2014 per schip arriveerde. De politici zouden zijn gewaarschuwd over het gevaar.

De premier zegt een schoon geweten te hebben en beschuldigt de rechter ervan zich niet aan de grondwet te houden. Diab is sinds begin 2020 premier van Libanon, maar na de explosie trad hij af onder druk van de bevolking. Sindsdien is hij de demissionaire premier van Libanon.

Honderdduizenden inwoners geraakt door explosie

Bij de explosie van begin augustus vielen naast de honderden doden ook zo'n 6.500 gewonden. Vanwege de ravage waren meer dan 300.000 inwoners van Beiroet tijdelijk dakloos. Nog steeds zijn er mensen die niet terug naar huis kunnen.

Libanezen wachten nog steeds op de resultaten van het onderzoek naar de explosie. De leiders van het land beloofden aanvankelijk dat deze binnen enkele dagen na de ramp zouden volgen.

Als gevolg van de explosie is de economische crisis in Libanon nog groter geworden. Mede daardoor is een deel van de inwoners van Beiroet nog steeds afhankelijk van voedselhulp die geleverd wordt door hulporganisaties. De slachtoffers pakken met hulp van dit soort organisaties het dagelijks leven weer langzaam op.