De Belarussische politie heeft zondag zeker driehonderd mensen met geweld opgepakt bij antiregeringsdemonstraties in hoofdstad Minsk, melden mensenrechtenorganisaties. Ook zou de politie verdovingsgranaten hebben afgevuurd om de duizenden demonstranten uit elkaar te drijven.

De betogingen zijn al voor de vijftiende week op rij aan de gang. De demonstranten zijn boos over de verkiezingsuitslag van 9 augustus, die de huidige president Alexander Lukashenko met ruim 80 procent van de stemmen won. De betogers en de oppositie spreken van verkiezingsfraude.

De organisatoren vroegen de demonstranten zondag om op verschillende plekken in de stad te verzamelen, waarna de groepen elkaar zouden ontmoeten in het centrum van Minsk. Zo hoopten ze het de politie moeilijker te maken en dat er minder mensen zouden worden gearresteerd.

Vorige week werden er tijdens de demonstratie nog 850 mensen opgepakt, onder wie journalisten.

De demonstraties in Belarus zijn opnieuw aangewakkerd na de dood van een 31-jarige demonstrant die eerder deze maand overleed nadat hij bruut was mishandeld door veiligheidsfunctionarissen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken ontkent dat en zegt dat de man is overleden na een gevecht met burgers.

Kwart eeuw aan de macht

Lukashenko is al 26 jaar aan de macht in het Oost-Europese land. De verkiezingen van afgelopen augustus waren zijn zesde. Zijn grootste tegenstander, Svetlana Tikhanovskaya, is gevlucht naar buurland Litouwen. Zij probeert vanuit daar oppositie te voeren. Dat wordt echter bemoeilijkt door grootschalige politieacties en het uitzetten van buitenlandse journalisten door de Belarussische regering.

Onder meer de Europese Unie en de Verenigde Staten hebben sancties ingevoerd tegen regeringsfunctionarissen en hooggeplaatsten in Belarus.