De Europese Unie is er de afgelopen jaren niet in geslaagd de natuur gezonder te maken. De biodiversiteit blijft achteruitgaan en de noodzakelijke investering in natuur is uitgebleven, oordeelt het Europees Milieuagentschap maandag in het rapport De stand van de natuur in de Europese Unie. Er zijn wel "inspirerende succesverhalen", maar niet op voldoende schaal.

Volgens het rapport is de achteruitgang van de natuur vooral te wijten aan niet-duurzame land- en bosbouw, stedelijke wildgroei en vervuiling.

Vooral met habitats als venen, moerassen en duinen gaat het slechter. Grasland, waarvoor actief beheer nodig is, bevindt zich in een bijzonder slechte staat.

Met de bossen gaat het hier en daar beter, maar er is een grote behoefte aan uitbreiding van bossen. Door leemtes in de kennis is het bij een kwart van de mariene leefgebieden niet duidelijk hoe gezond ze zijn, aldus "de grootste en volledigste doorlichting van de natuur die ooit in de EU is uitgevoerd".

Bij 47 procent van de vogelsoorten in de EU verkeert de populatie in een goede staat, maar dat is 5 procentpunt minder dan in 2015. Het aandeel soorten met een ontoereikende of slechte staat is van 32 procent gestegen tot 39 procent. Van 14 procent van de vogelsoorten is onbekend hoe ze het doen, omdat betrouwbare gegevens ontbreken.

Het Europese beleid is gericht op de bescherming van alle wilde vogels (ruim 460 soorten), representatieve en bedreigde habitats (233 typen, van zeegrasvelden tot bergweiden) en bijna 1.400 extra soorten inclusief iconische wilde diersoorten.

De lidstaten worden geacht deze soorten en habitats te behouden en te herstellen volgens de vogel- en habitatrichtlijnen die aan de basis liggen van het Natura 2000-netwerk van beschermde gebieden. Het Europees Milieuagentschap noemt de intensieve landbouw en klimaatverandering de grote uitdagingen.