Israël en Bahrein hebben zondag een overeenkomst gesloten om officieel diplomatieke betrekkingen met elkaar aan te knopen. Een Israëlische delegatie vloog vanuit Tel Aviv naar Manama, de hoofdstad van Bahrein, om het akkoord te tekenen. Het was de eerste rechtstreekse vlucht tussen de twee landen.

Op 15 september spraken Israël en Bahrein al de intentie uit om de onderlinge betrekkingen te normaliseren. Dat gebeurde tijdens een ceremonie bij het Witte Huis, onder toeziend oog van de Amerikaanse president Donald Trump, die optrad als bemiddelaar in de deal.

Ook de Amerikaanse minister van Financiën Steven Mnuchin was zondag in Manama aanwezig om de overeenkomst te formaliseren.

De minister van Buitenlandse Zaken van Bahrein, Abdullatif Al Zayani, zei tijdens de ceremonie dat het "het begin was van de betrekkingen tussen de twee landen die leiden tot constructieve samenwerking op verschillende gebieden".

Volgens de minister komt het besluit om de banden met Israël te normaliseren voort uit het "geloof in waarden van tolerantie in een regio waarvan de bevolking heeft geleden onder oorlogen en conflicten". De overeenkomst en de samenwerking zouden de meest efficiënte en duurzame manier zijn om echte vrede in het gebied te bewerkstelligen.

Bahrein erkent als een van de eerste Arabische landen Israël

Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) waren in september pas de derde en vierde Arabische landen, die Israël erkennen sinds de oprichting in 1948. Eerder deden alleen Egypte en Jordanië dat.

Decennialang hebben de meeste Arabische landen Israël geboycot en erop aangedrongen dat ze pas banden zouden aanknopen als het geschil met de Palestijnen was opgelost. Een belangrijke afspraak die de VAE en Bahrein met Israël hebben gemaakt is dat Israël voorlopig stopt met het annexeren van gebieden op de Westelijke Jordaanoever.

De Palestijnen hebben de zogenoemde Golfovereenkomsten met Israël veroordeeld.