Op verzoek van de internationale coalitie tegen Islamitische Staat (IS) in Irak gaat Nederland de inzet van militairen in het land verder afschalen. Het doel van de Nederlandse missie in Irak verschuift van het trainen van militairen naar advisering van de Iraakse veiligheidssector, meldt Defensie woensdag.

Volgens de internationale coalitie kunnen de Iraakse veiligheidstroepen de dreiging van IS inmiddels voldoende aan. Nederlandse inzet bij operaties is daarom niet langer nodig.

In Irak waren in het begin van het jaar zo'n vijftig Nederlandse militairen actief. Twintig van hen werden in april al teruggeroepen vanwege het coronavirus. De militairen waren daar om strijders van Iraaks-Koerdische milities, de peshmerga's, op te leiden. Deze milities speelden de afgelopen jaren een belangrijke rol bij de strijd tegen IS.

De nu nog aanwezige Nederlandse militairen zullen zich volgens Defensie gaan richten op het adviseren van de Iraakse troepen, bijvoorbeeld op het gebied van plannen, voorbereiden en uitvoeren van operaties.

De internationale coalitie heeft Nederland verder gevraagd om te helpen bij de beveiliging van Erbil International Airport in het Koerdische deel van Irak. Het kabinet onderzoekt nog of dit wenselijk en mogelijk is.

Hervatting deelname missie in Mali onderzocht

Defensie meldt daarnaast een eventuele hervatting van de Nederlandse deelname aan de VN-missie Minusma in Mali te onderzoeken.

De deelname zou bestaan uit het leveren van een militair transportvliegtuig om luchttransport te kunnen bieden voor de missie. Daarmee wil Nederland zich mengen in het rotatieschema met Denemarken, Portugal, België en Zweden, die dit sinds 2016 leveren.

De eerstvolgende mogelijkheid om deel te nemen aan het rotatieschema zal vanaf november 2021 zijn. Het kabinet zal daar voor die tijd een beslissing over nemen.