De meer dan 350 olifanten die in twee maanden tijd in Botswana om het leven zijn gekomen, zijn vermoedelijk gestorven aan blauwalgvergiftiging. Dat melden lokale autoriteiten maandag op basis van onderzoek nabij de rivier Okavango en andere drinkplaatsen.

Overige wilde dieren in de omgeving zouden geen risico op vergiftiging meer lopen. Volgend jaar worden de locaties waar blauwalgen zijn aangetroffen preventief onderzocht om te voorkomen dat opnieuw massaal olifanten sterven.

Zo'n 70 procent van alle karkassen is nabij een drinkplaats gevonden, schrijft The Guardian. Vergiftiging werd aanvankelijk uitgesloten, omdat de dieren die van de karkassen hadden gegeten geen ziekteverschijnselen vertoonden.

Onderzoekers vermoeden nu dat mogelijk alleen olifanten zijn getroffen, doordat zij langer in en nabij het water zijn en meer water drinken. Om dat te kunnen aantonen, is echter nader onderzoek nodig.

Onduidelijk waarom alleen olifanten zijn gestorven

Daarnaast is het onduidelijk waarom de blauwalgen alleen olifanten in de Okavangodelta fataal werden. Buurlanden van Botswana meldden geen sterke afname van het aantal olifanten.

In mei en juni werden in rap tempo tientallen karkassen van olifanten ontdekt. Veel van deze dieren hadden hun slagtanden nog. Daardoor werd het onwaarschijnlijk geacht dat stropers hiervoor verantwoordelijk waren.

Botswana telt een derde van alle olifanten in Afrika

Directeur Niall McCann van de Britse natuurbeschermingsorganisatie National Park Rescue hoopt dat de Botswaanse autoriteiten "de waarheid vertellen". Zijn organisatie sprak als eerste uit dat vergiftiging de mogelijke oorzaak was en bekritiseerde lokale autoriteiten vanwege een "gebrek aan actie".

Een derde van alle olifanten in Afrika leeft in Botswana. Sinds medio vorig jaar mag er weer op de ruim 130.000 dieren gejaagd worden.