De pas afgetreden premier van Japan Shinzo Abe (65) heeft zaterdag een omstreden tempel voor oorlogsslachtoffers bezocht. Eerder vermeed hij bezoeken aan de tempel, omdat op die plek ook veertien veroordeelde oorlogscriminelen uit de Tweede Wereldoorlog worden geëerd.

De oud-politicus maakte het bezoek met een foto op Twitter bekend, enkele dagen nadat hij was opgevolgd door Yoshihide Suga. Hij schrijft dat hij in de tempel zijn aftreden heeft gemeld.

Het is opmerkelijk dat Abe nu al een bezoek brengt aan de Yasukuni-tempel. Hij deed dit als premier slechts een keer, maar stopte daar al snel mee na woedende reacties vanuit China en Zuid-Korea. De Verenigde Staten verklaarden toen "teleurgesteld" te zijn in Abe.

Peking en Seoel beschouwen de tempel in Tokio als een symbool van de voormalige militaire agressie van Japan. Ondanks de reacties vanuit het buitenland stuurde Abe als premier regelmatig offers naar de tempel, onder meer op de dag waarop de Japanse overgave wordt herdacht.

Het Zuid-Koreaanse ministerie van Buitenlandse Zaken laat in een reactie op Abes bezoek van zaterdag weten te betreuren dat hij dit "direct" na zijn aftreden heeft gedaan.

Abe maakte eind augustus bekend vanwege gezondheidsredenen af te treden. De 65-jarige Japanner lijdt aan de chronische ziekte colitis ulcerosa, een hardnekkige ontsteking van de darmen. Hij was de langstzittende premier van Japan.