De NAVO-lidstaten willen dat Rusland meewerkt aan een onderzoek van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) naar de vergiftiging van de Russische oppositieleider Alexei Navalny. Dat maakte Jens Stoltenberg, de secretaris-generaal van de NAVO, vrijdag bekend.

"De NAVO-lidstaten zijn het erover eens dat Rusland serieuze vragen te beantwoorden heeft. De Russische regering moet volledige medewerking verlenen aan een internationaal onderzoek door de OPCW", aldus Stoltenberg na afloop van een vergadering van de lidstaten.

Deze week maakte Duitsland, waar Navalny momenteel in het ziekenhuis ligt, bekend dat de oppositieleider was vergiftigd met de gifsoort novichok. Die werd eerder ook gebruikt bij de vergiftiging van de Russische ex-dubbelspion Sergei Skripal en zijn dochter in 2018. Novichok is een zenuwgif uit de tijd van de Sovjet-Unie.

Volgens Stoltenberg is het gebruik van het chemische wapen "een onacceptabele overtreding van alle internationale normen en regels". Hij voegde daaraan toe dat het niet voor het eerst is dat Russische critici zijn vergiftigd of vermoord. "Degenen die verantwoordelijk zijn voor Navalny's aanval moeten worden berecht."

Rutte: 'Ronduit schokkend'

Ook Rutte stond vrijdag bij de wekelijkse persconferentie na de ministerraad stil bij de vergiftiging van Navalny en de uitspraken van Stoltenberg. De premier noemde de Duitse bevindingen schokkend en stelde dat de vergiftiging met het verboden novichok alle perken te buiten gaat.

"Het is belangrijk om de komende tijd in de EU en de NAVO, maar ook in het verband met de OPCW, gezamenlijke vervolgstappen te bespreken", aldus Rutte.

Rusland weigert een onderzoek te openen naar Navalny's vergiftiging, omdat het zegt dat er geen bewijs is van een strafbaar feit.