Twee Amerikaanse huurlingen die in mei betrokken waren bij een poging tot het plegen van een staatsgreep in Venezuela, zijn vrijdag door een rechter veroordeeld tot twintig jaar celstraf.

Voormalig militairen Luke Denman en Airan Berry hebben toegegeven op 4 mei betrokken te zijn geweest bij een operatie om het Venezolaanse regime omver te werpen. De couppoging werd voorbereid door een beveiligingsbedrijf uit de Amerikaanse staat Florida en mogelijk gefinancierd door de Venezolaanse oppositie.

De celstraf werd bekendgemaakt door Tarek William Saab, de openbaar aanklager van Venezuela. Denman en Berry werden schuldig bevonden aan samenzwering, wapensmokkel en terrorisme. Saab zegt dat ook anderen die bij de couppoging betrokken waren vervolgd worden.

De Venezolaanse president Nicolás Maduro maakte eerder dit jaar gretig gebruik van de arrestatie van de twee Amerikanen. Hij zag het als bewijs dat de regering van de Verenigde Staten uit is op het omverwerpen van zijn socialistische regering.

Staatsgreep gedoemd te mislukken

De staatsgreep, genaamd Operatie Gideon, leek vanaf het begin al gedoemd te mislukken. Ondanks duidelijke aanwijzigingen dat de Venezolaanse autoriteiten op de hoogte waren van de aanstaande couppoging, besloten de huurlingen door te zetten. Nog voordat ze het land konden bereiken, werden ze echter al onderschept door de veiligheidsdiensten. Daarbij kwamen ten minste acht mensen om het leven.

Het idee achter Operatie Gideon was om Maduro aan te houden, over te brengen naar de VS voor berechting en een nieuwe regering te installeren. De Amerikaanse regering heeft altijd ontkend betrokken te zijn geweest bij het plan.