John Lewis, een belangrijke pionier van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, is vrijdag op tachtigjarige leeftijd overleden aan de gevolgen van kanker.

Hij was de laatste nog levende persoon van een groep van zes burgerrechtenactivisten, waar ook Martin Luther King onderdeel van was. Zij streden decennialang voor de burgerrechten van minderheden in de Verenigde Staten.

Lewis was in 1963 een van de organisatoren van de mars naar Washington, waar King zijn beroemde "I have a dream"-toespraak hield. De activist werd in 1965 in elkaar geslagen door de politie tijdens de mars naar Selma, toen donkere Amerikanen daar niet mochten stemmen.

Lewis ging na zijn activisme op straat de politiek in. In 1986 werd hij lid van het Congres, waar hij zich ontpopte als prominent Democratisch lid.

Barack Obama, de president die hem in 2011 de Medal of Freedom uitreikte vanwege zijn strijd voor gelijke rechten, zegt dat er met het overlijden van Lewis geen einde komt aan deze strijd. "Door de decennia heen streed hij niet alleen voor vrijheid en rechtvaardigheid, maar inspireerde hij generaties die zijn voorbeeld volgden."

Nancy Pelosi, de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, heeft het nieuws bekendgemaakt. "Vandaag rouwt de VS om het verlies van een van de grootste helden uit de Amerikaanse geschiedenis", aldus Pelosi in een verklaring.