De huidige president van Kosovo, Hashim Thaçi, verschijnt maandag voor het Kosovotribunaal om te getuigen over zijn rol als leider van het Kosovo Bevrijdingsleger (UCK) tijdens de oorlog eind jaren negentig. Thaçi wordt beschuldigd van oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid.

Thaçi werd in juni, samen met negen anderen, aangeklaagd door het Kosovotribunaal.

De 52-jarige president van het Zuidoost-Europese land zou de misdaden waarvan hij wordt beschuldigd hebben gepleegd tijdens de onafhankelijkheidsoorlog. Als leider van het Kosovo Bevrijdingsleger wordt hij verantwoordelijk gehouden voor de dood van meer dan honderd mensen en voor het martelen van (politieke) tegenstanders.

Op Facebook schrijft Thaçi naar Den Haag te komen op uitnodiging van de aanklagers. De president zegt volledige medewerking te verlenen aan het tribunaal.

Een rechter moet nog beslissen of de aanklachten tegen Thaçi voldoende gegrond zijn voor een daadwerkelijke zaak. De president heeft aangekondigd te zullen aftreden als het tribunaal daadwerkelijk tot vervolging overgaat.

Naast Thaçi, wordt ook Kadri Veseli, de huidige leider van de Kosovaarse Democratische Partij, aangeklaagd.

Thaçi wilde afscheiding van Servië

Kosovo maakte ooit deel uit van de Joegoslavische deelrepubliek Servië. Toen Joegoslavië in de jaren negentig uiteenviel, kwam er steeds meer druk van de Serviërs op de Kosovaren, die voor het overgrote deel etnisch Albanees zijn.

Het UCK was een guerillabeweging die onafhankelijkheid wilde van het machtigere Servië. Thaçi vocht tussen maart 1998 en juni 1999 met de UCK een oorlog uit tegen het leger van de Servische president Slobodan Milosevic. Bij die oorlog kwamen naar schatting duizenden mensen om het leven. Nog eens honderdduizenden mensen sloegen op de vlucht.

De NAVO maakte in 1999 uiteindelijk met bombardementen op Servische doelen in Kosovo en Servië een einde aan de oorlog.

Nog steeds is de relatie tussen Servië en Kosovo slecht. Ondanks dat de meeste landen de onafhankelijkheid van Kosovo erkennen, weigert Servië dit te doen. De EU eist, als voorwaarde voor eventuele toetreding, dat de relatie tussen beide landen wordt verbeterd.

Joegoslaviëtribunaal veroordeelt Serviërs voor daden in Kosovo

Het Joegoslaviëtribunaal veroordeelde na het uiteenvallen van de republiek verschillende Serviërs voor oorlogsmisdaden in Kosovo. Dit kwam het tribunaal op kritiek te staan, omdat hierdoor de misdaden van Kosovaarse zijde genegeerd zouden worden.

Mede hierom werd in 2015 het Kosovotribunaal opgericht, om ook Kosovaren te kunnen berechten voor misdaden tijdens de oorlog, waaronder aanvallen op Serviërs, Roma en Albanezen. De oprichting van het Kosovotribunaal was omstreden in het land, omdat veel leden van de UCK door de bevolking als helden worden gezien.

Na de oorlog werd de onafhankelijkheidsbeweging een politieke partij, met Thaçi aan het hoofd. In 2008 werd hij premier van Kosovo en riep hij de onafhankelijkheid van het land uit. In 2016 werd hij president.