De Filipijnse president Rodrigo Duterte heeft vrijdag een omstreden antiterrorismewet ondertekend. Onder de nieuwe wet kunnen mensen die worden verdacht van terrorisme sneller worden gearresteerd en vastgehouden.

Veiligheidsdiensten mogen verdachten door de nieuwe wet zonder officiële aanklacht tot drie dagen vasthouden.

De wet zou nodig zijn om terroristische organisaties zoals de aan IS gelieerde Abu Sayyaf aan te pakken. Die groep pleegt al jaren aanslagen op voornamelijk de zuidelijke eilanden van het land.

Volgens Filipijnse advocaten en journalisten is de wet echter "te breed" geformuleerd, waardoor ook kritiek via sociale media als terrorisme gezien kan worden. Ze zijn bang dat de vrijheid van meningsuiting hierdoor in het geding komt.

Ook zou de wet kunnen leiden tot grootschalige privacyschendingen. "Zelfs de mildste criticus op de regering kan nu als terrorist worden bestempeld", schrijft Amnesty International op zijn website.

De Filipijnse regering verzekert echter dat de antiterrorismewet niet zal worden gebruikt tegen critici. Verschillende advocaten zijn volgens Rappler van plan een zaak aan te spannen bij de Filipijnse hoge raad.

De nieuwe antiterrorismewet vervangt een wet uit 2007. Die werd niet vaak gebruikt, omdat politieagenten een boete van bijna 9.000 euro per dag dat een terrorismeverdachte onterecht werd vastgehouden, konden krijgen.

Kritiek op beleid van Duterte

President Duterte krijgt al sinds zijn aantreden in 2016 kritiek van de internationale gemeenschap vanwege zijn oorlog tegen drugs en terrorisme. Sinds hij president is, zijn al duizenden mensen zonder proces doodgeschoten door de politie.

De 75-jarige president beloofde de bevolking eerder nog 100.000 mensen te doden in zijn strijd tegen terrorisme en betrokken politieagenten niet te vervolgen.