De president van IJsland is voor een tweede termijn verkozen. Gundi Johannesson wist 92 procent van de stemmen voor zich te winnen, schrijft Euronews zondag.

De 52-jarige historicus Johannesson is groot voorstander van lhbti-rechten en scoort al jarenlang goed in de peilingen. De verkiezingsopkomst was 66,9 procent.

In IJsland heeft de president bijna geen macht. De functie is vooral ceremonieel, op het recht om wetten te vetoën na.

Johannesson wist het IJslandse presidentschap tijdens zijn eerste termijn informeler te maken. Zo raapt hij weleens vuilnis op buiten zijn huis en beloofde hij aan een groep kinderen pizza met ananas wettelijk te verbieden, als hij dat als president kon.

Zijn tegenstander tijdens deze verkiezingen, Gumundur Franklín Jónsson, beloofde meer gebruik te maken van het vetorecht. De uitgesproken fan van de Amerikaanse president Donald Trump kreeg maar 7 procent van de stemmen. Sinds de onafhankelijkheid van IJsland is het vetorecht in totaal slechts drie keer toegepast.

Het coronavirus heeft in IJsland het leven gekost aan slechts tien mensen, tegenover een bevolking van 365.000 mensen. Het land moest wel 1,8 miljard euro investeren in bedrijven nadat de toeristische sector flink achteruitliep.