Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken ontkent zaterdag dat het premies betaalt aan Taliban-militanten om Amerikanen in Afghanistan te doden. Rusland reageert hiermee op het artikel dat vrijdag op basis van bronnen binnen de Amerikaanse inlichtingendiensten in The New York Times verscheen.

In dat artikel wordt gesteld dat Rusland premies uitloofde om Amerikanen in Afghanistan te doden. De motivatie hierachter zou het frustreren van het vredesproces tussen de Verenigde Staten en de Taliban zijn.

"Deze beschuldiging toont de intellectuele capaciteit aan van de propaganda door Amerikaanse inlichtingendiensten", schrijft het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken zaterdag in een verklaring. "In plaats van iets betrouwbaars te verzinnen, komen ze met deze onzin. Maar wat kan er anders worden verwacht van een inlichtingendienst die de twintigjarige oorlog in Afghanistan liet mislukken."

Een woordvoerder van het ministerie voegt daaraan toe dat Rusland beledigd is door de "absolute grofheid" van de beschuldigingen.

Inlichtingendiensten al maanden op de hoogte

The New York Times schreef vrijdag dat Amerikaanse inlichtingendiensten al maanden op de hoogte zouden zijn van een specifieke Russische groepering. Het zou om dezelfde groep gaan die wordt gelinkt aan moordpogingen in Europa.

Islamitische militanten die verbonden zijn aan de Taliban hebben volgens de krant verschillende premies van de Russen opgestreken. Het is volgens de Amerikanen nog onduidelijk vanuit welke laag binnen de Russische regering de premies zouden komen.

Er kwamen twintig Amerikaanse militairen om het leven in Afghanistan in 2019. De krant schrijft niet of de Russen worden verdacht van enige betrokkenheid bij deze doden.

De regering van president Donald Trump zou zich nog aan het beraden zijn over mogelijke vervolgstappen. Het Witte Huis heeft nog niet gereageerd op het artikel in de Amerikaanse krant.