Het Hongaars parlement heeft dinsdag ingestemd met het beëindigen van de noodtoestand die de regering van premier Viktor Orbán in de afgelopen maanden de bevoegdheid gaf per decreet te regeren. Critici wijzen erop dat Orbán zichzelf toch een weg laat om het parlement te omzeilen.

De parlementsleden namen voor het intrekken van de noodtoestand namelijk een nieuwe wet aan, die de regering de mogelijkheid biedt opnieuw een 'medische noodtoestand' af te kondigen, schrijven Euronews en the New York Times. Daarbij is geen goedkeuring van het parlement meer nodig.

Het parlement ging eind maart akkoord met de huidige noodtoestand, die de regering meer bevoegdheden gaf voor het bestrijden van het coronavirus. Het aantal besmettingen in Europa liep destijds in razend tempo op. Hongarije lijkt tot nu toe relatief licht getroffen: het telt ruim 6.000 bevestigde besmettingen en 565 geregistreerde overlijdens.

Critici vreesden de gevolgen van de noodwet, aangezien die geen einddatum bevatte. In de praktijk was de democratische rechtsstaat onder Orbán echter ook vóór de noodtoestand al uitgehold. Zijn partij Fidesz heeft een stevige meerderheid van het parlement in handen en de oppositie is versnipperd.

De autoritaire trekjes van de Hongaarse premier en zijn regering leiden zowel nationaal als internationaal al langer tot kritiek. Hongarije ligt onder meer in de clinch met de rest van de EU, dat stelt dat de Hongaarse regering met hervormingen de rechtstaat aantast.