Het onderzoek naar de moord op de Zweedse premier Olof Palme in 1986 is gericht op Stig Engström, maakt hoofdaanklager Krister Petersson woensdag bekend. De grafisch ontwerper kwam eerder al in beeld en stond bekend als Skandiaman, naar de verzekeringsmaatschappij waar hij destijds voor werkte. Omdat de verdachte inmiddels is overleden, komt er na 34 jaar een einde aan het onderzoek.

Petersson nam het onderzoek drie jaar geleden over, ondanks de lage verwachtingen in Zweden. De moord was namelijk al jaren tevergeefs onderzocht. Begin dit jaar noemde de huidige premier Stefan Löfven de moord nog "een open wond voor Zweden".

Palme, die wordt gezien als de grondlegger van het moderne Zweden, werd op 28 februari 1986 op 59-jarige leeftijd doodgeschoten in het centrum van Stockholm. De toenmalige premier was op dat moment op weg naar huis, nadat hij met zijn vrouw en zoon een bioscoop had bezocht.

De schutter greep Palme van achteren bij zijn schouder en loste meerdere schoten. Eén kogel raakte de rug van Palme, een andere schampte de rug van zijn vrouw Lisbeth. Hulpdiensten brachten de premier naar het ziekenhuis, maar hulp mocht niet meer baten.

Engström werkte in de buurt van de plaats delict en liet destijds aan de politie weten dat hij de neergeschoten Palme hulp had aangeboden. Zijn getuigenis werd door de politie als ongeloofwaardig afgedaan, omdat niemand hem op de plaats delict kon plaatsen. Hij pleegde in 2000 zelfmoord.

De sociaaldemocratische Palme werd in 1986 doodgeschoten. (Foto: Pro Shots)

Fouten in onderzoek naar moord op Palme

In de eerste dagen na Palmes overlijden zijn meerdere grote fouten gemaakt. Zo bleven de eerste meldingen bij de alarmcentrale onbeantwoord en werd de plaats delict pas op de volgende dag door agenten afgezet.

De Zweed Christer Pettersson, een alcohol- en drugsverslaafde, werd eerder als hoofdverdachte aangemerkt en tot levenslang veroordeeld voor de moord op Palme. Hij werd echter in hoger beroep weer vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Pettersson bekende de moord later in een betaald interview, maar trok zijn verklaring een dag later weer in.

Er doken in de jaren na de moord vele complottheorieën op, maar geen enkele werd bewezen. Uiteindelijk zijn meer dan tienduizend personen ondervraagd. Ook hebben meer dan 130 personen beweerd dat zij de schutter waren. Een kleine groep gaf zichzelf ook daadwerkelijk aan op het politiebureau.

Palme wordt gezien als de grondlegger van het moderne Zweden. (Foto: Pro Shots)

Engström verscheen meermaals in de media

Engström, die meermaals in de media verscheen, was dus niet de enige die met valse verklaringen kwam. Hij vertelde onder meer dat hij op de plaats delict met Palmes vrouw Lisbeth en de politie had gesproken, maar geen enkele getuige of agent kon zich hem herinneren.

Uit onderzoek komt wel naar voren dat Engström op 28 februari 1986 aan het werk was en 's avonds het kantoor voor korte tijd had verlaten. Volgens een beveiliger keerde hij geschokt terug. Of hij toen een vuurwapen bij zich had, is niet bekend.

Hoofdaanklager Petersson acht bewezen dat Engström die avond een wapen bij zich had. Het vuurwapen dat is gebruikt, is echter nooit teruggevonden. Van de grafisch ontwerper is bekend dat hij bij het leger zat en een vuurwapencollectie had. Hij was daarnaast alcoholist en een criticus van de premier.