De Verenigde Staten schrappen 1 miljard dollar (926 miljoen euro) aan hulp voor Afghanistan vanwege de politieke onrust in dat land, vertelt de Amerikaanse minister voor Buitenlandse Zaken Mike Pompeo maandagavond. Pompeo ontmoette eerder die dag leiders van de Taliban om het vertroebelde vredesakkoord te bespreken.

De Taliban en de Verenigde Staten bereikten het historische akkoord eind februari. Daarmee kwam een einde aan de langst lopende oorlog ooit van de Amerikanen, die het land ruim 2 biljoen dollar kostte.

Sindsdien is het echter weer onrustig en werden er opnieuw aanslagen gepleegd. Zo kostte een schietpartij enkele dagen geleden zeventien Afghaanse militairen het leven. Pompeo zou de Taliban daar naar verluidt op aanspreken, maar was maandagavond opvallend positief over de terreurorganisatie: "Zij hebben zich grotendeels gehouden aan de voorwaarden en de hoeveelheid geweld drastisch verminderd."

Op politiek niveau rommelt het ook in Afghanistan. Na de presidentsverkiezingen van vorig jaar riep zowel de zittende president Ashraf Ghani als regeringsleider Abdullah Abdullah zichzelf uit tot nieuwe president. Ze legden beiden de eed af en botsten sindsdien meermaals met elkaar, terwijl de Afghaanse overheid en de Taliban het niet eens kunnen worden over de vrijlating van vijfduizend Taliban-strijders.

Amerikaanse troepen vertrekken alleen als veiligheid Afghanistan wordt gewaarborgd

Als onderdeel van het vredesakkoord zullen de VS en de NAVO binnen dertien maanden al hun troepen terugtrekken uit Afghanistan. Dat gaat echter alleen door als een nieuwe regering, in samenwerking met de Taliban, de veiligheid en toekomst van het land kan waarborgen.

Pompeo vertelde tijdens zijn eendaagse bezoek aan Afghanistan dat de 1 miljard dollar steun van volgend jaar ook bevroren kan worden als de situatie in het land niet verbetert. "Het is teleurstellend dat Ghani en Abdullah geen inclusieve regering kunnen vormen", aldus de Amerikaanse minister.