De onenigheid tussen Turkije en de Europese Unie over de migrantenstroom moet de komende dagen worden opgelost. Dat zeggen de voorzitters van de Europese Raad en de Europese Commissie maandagavond na een bezoek van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan.

Erdogan was in Brussel omdat hij steun wil van de EU en de NAVO bij de strijd in Syrië en de opvang van vluchtelingen. Erdogan heeft al meermaals laten weten dat Turkije de grote hoeveelheid vluchtelingen uit Syrië niet aankan en dat hij hulp van de Europese Unie nodig heeft.

De komende dagen gaan de Europese Unie en Turkije de meningsverschillen over de migratiestroom die zijn vastgelegd in de Turkije-deal uitpraten.

Het hoofd van de Europese Commissie Ursula von der Leyden zei voor de ontmoeting dat Erdogan eerst moet ophouden om migranten aan te moedigen om de oversteek naar Griekenland te maken. Pas dan is er te praten over hulp van de Europese Unie. "De gebeurtenissen aan de Turks-Griekse grens duiden op een politiek drukmiddel vanuit Turkije. Pas als die druk weg is, kunnen we verder praten."

Turkije herbergt momenteel zo'n 3,6 miljoen vluchtelingen en door de huidige onrust in de Syrische regio Idlib zouden er nog eens honderdduizenden bij kunnen komen.

Ruim een week geleden opende Erdogan daarom de grens met Griekenland. Tienduizenden migranten verlieten daarop Turkije, maar kwamen Griekenland niet binnen en zitten sindsdien vast in een stukje niemandsland. Beide landen willen de migranten niet (opnieuw) toelaten en vuren over en weer traangas af.