De aanklager van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag mag toch strafrechtelijk onderzoek doen naar vermeende oorlogsmisdaden door de Taliban en Afghaanse en Amerikaanse militairen in Afghanistan, oordeelt de beroepskamer van het ICC donderdag.

Het ICC verwerpt hiermee de beslissing van een lagere rechtbank, dat het onderzoek van officier van justitie, Fatou Bensouda, eerder nog tegenhield. Hoofdrechter Piotr Hofmanski zei donderdag dat er echter genoeg aanwijzingen zijn om aan te nemen dat er oorlogsmisdaden zijn gepleegd in Afghanistan.

Rechters wezen Bensouda's verzoek vorig jaar nog af met het argument dat de kansen op succes te laag waren vanwege het gebrek van medewerking van Washington en Kaboel. Ook zou het "niet in het belang van de rechtspraak" zijn.

Het ICC gaat vermeende misdaden onderzoeken die gepleegd zijn tussen 2003 en 2014. Het gaat onder meer om vermeende massamoord op burgers door de Taliban, maar ook om het vermeende martelen van gevangenen door de Afghaanse autoriteiten en in mindere mate door Amerikaanse troepen en de CIA.

VS erkent Internationaal Strafhof niet

De Amerikaanse regering is fel tegen een dergelijk onderzoek. Bovendien erkennen de Verenigde Staten, in tegenstelling tot Afghanistan, het Internationale Strafhof in Den Haag niet. Afgelopen zaterdag bereikten de VS en de Taliban een vredesakkoord.

De Amerikanen vielen Afghanistan in 2001 binnen als antwoord op de terroristische aanslagen in de VS op 11 september van dat jaar. In wat de langste oorlog in de historie van de VS werd, slaagden de Amerikanen erin de Talibanregering omver te werpen en Al Qaeda-leider Osama Bin Laden te doden. Momenteel zijn nog steeds zo'n dertienduizend Amerikaanse militairen gelegerd in Afghanistan.

Het ICC heeft het recht om zaken met betrekking tot oorlogsmisdaden, genocide en misdaden tegen de menselijkheid te behandelen op grondgebied van de 123 landen die bij het Gerechtshof zijn aangesloten.