Tienduizenden Oeigoeren zijn in China vermoedelijk het slachtoffer geworden van dwangarbeid en andere mensenrechtenschendingen. De groep wordt ingezet in fabrieken van grote bedrijven, blijkt uit een zondag verschenen rapport van Australische onderzoekers.

De bedrijven weten mogelijk niet van de mensenrechtenschendingen binnen hun Chinese fabrieken, aldus onderzoekers van het Australian Strategic Policy Institute (ASPI). Onder meer Dell, Apple, BMW, Nike, Nokia, Volkswagen, Zara en adidas worden in het rapport genoemd.

Op basis van satellietbeelden concluderen de onderzoekers dat sinds 2017 ten minste tachtigduizend Oeigoeren uit werkkampen in de regio Xinjiang zijn gehaald om in zo'n 27 fabrieken aan de slag te gaan. "Het is voor de slachtoffers extreem moeilijk om het werk te weigeren of eronderuit te komen, omdat anders een andere detentiestraf wacht", schrijven de onderzoekers.

De Oeigoeren worden in hun vrije tijd verplicht om afgezonderd van andere werknemers te leven en het Mandarijn te leren. Daarnaast moeten ze ook "ideologische lessen" volgen en mogen ze niet hun godsdienst belijden, aldus de onderzoekers.

Onderzoekers roepen bedrijven op eigen fabrieken te onderzoeken

De onderzoekers van ASPI roepen 83 bekende bedrijven op om de eigen fabrieken in China onder de loep te nemen. Een van de genoemde fabrieken, die op naam van Nike staat, werd al eerder bezocht door The Washington Post. De Amerikaanse krant sprak van "een gevangenis, omringd door prikkeldraad, wachttorens, camera's en een politiebureau om werknemers in de gaten te houden".

Er bestaat al langer internationale ophef over de anderhalf miljoen Oeigoeren en andere etnische islamitische minderheden die in detentiekampen leven. China noemt de kampen onderwijs- en trainingscentra waar mensen gratis en vrijwillig verblijven, terwijl andere landen spreken van dwang.

China is meermaals gevraagd om de massadetentie te beëindigen, maar de autoriteiten blijven bij het standpunt dat de kampen terrorisme en extremisme tegengaan.