Nog niet eerder gingen er zo weinig mensen naar de stembus als vrijdag bij de parlementaire verkiezingen, meldt het Iraanse ministerie van Binnenlandse Zaken zondag. De opkomst lag om en nabij de 42,5 procent, terwijl in hoofdstad Teheran niet meer dan een kwart van de stemgerechtigden stemde.

In beide gevallen gaat het om de laagste opkomst sinds de stichting van de islamitische republiek in 1979. Daarmee is geen gehoor gegeven aan de oproep van grootayatollah Ali Khamenei, die stemmen een "religieuze verplichting" noemde.

Desondanks kan Khamenei tevreden de voorlopige resultaten waarnemen. In Teheran zouden politici, die gelieerd zijn aan de Revolutionaire Garde van Khamenei, alle dertig zetels hebben binnengesleept. Voorlopige uitslagen voorspellen een comfortabele meerderheid, met ruim 179 van de in totaal 290 zetels. Op de definitieve uitslag wordt nog gewacht.

Voorafgaand aan de stemming werden duizenden politici, waaronder hervormingsgezinden, geweerd van deelname van de verkiezingen.

Vermoedelijk heeft de uitbraak van het coronavirus in het land invloed gehad op de hoeveelheid uitgebrachte stemmen: twee dagen voor de verkiezingen werd voor het eerst het virus gesignaleerd bij een inwoner, waarna in korte tijd nog eens 42 mensen het virus opliepen. Acht patiënten bezweken aan de gevolgen van COVID-19.

Armenië sloot zondag, als gevolg van de uitbraak, voor twee weken de grens met Iran. In het land van Ali Khamenei werden eerder al scholen dichtgegooid en culturele evenementen in veertien provincies opgeschort.