De Elizabeth Tower bij het Britse parlementsgebouw in Londen werd tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaarder beschadigd door een Duits bombardement dan voorheen bekend was. Dat hebben deskundigen die zich bezighouden met de renovatie van de toren donderdag gezegd.

Het parlement heeft laten weten dat het volgens de deskundigen meer geld zal kosten om de toren in oorspronkelijke staat te herstellen: 79,7 miljoen pond (zo'n 96 miljoen euro) in plaats van de al geraamde 61,1 miljoen pond.

De 96 meter hoge toren overleefde tijdens de Tweede Wereldoorlog een groot aantal Duitse bombardementen. Het dak en de wijzers van de klok werden wel beschadigd tijdens een bombardement in mei 1941, dat ook de plenaire zaal van het Lagerhuis vernietigde. Die schade blijkt forser dan werd aangenomen.

Ian Ailles, directeur-generaal van het Lagerhuis, zei dat de renovatie ook op andere vlakken ingewikkelder is gebleken. "Naast andere kwesties, zoals de gevolgen van de vaak ongepaste conserveringsmethoden die door onze voorgangers werden toegepast, de hoeveelheid bijtende luchtvervuiling en de ontdekking van asbest op onverwachte plekken, zijn we nu pas in staat om vast te stellen hoeveel investeringen dit project vergt."

Elizabeth Tower, niet Big Ben

De toren heette oorspronkelijk simpelweg The Clock Tower en werd in 2012 omgedoopt naar Elizabeth Tower, ter ere van het 60e regeringsjaar van koningin Elizabeth II. In de volksmond wordt het bouwwerk echter vaak aangeduid als Big Ben, terwijl dat eigenlijk de naam is van de grootste van de vijf bellen in de toren.

De toren, die 177 jaar oud is, is al 3 jaar gehuld in bouwsteigers. Onder meer het metselwerk en de beroemde, 12 ton wegende bel worden onder handen genomen. Naar verwachting zal de renovatie volgend jaar worden afgerond.

Niet alleen de klokkentoren van het Paleis van Westminster wordt opgeknapt, ook het parlementsgebouw zelf zal op de schop worden genomen. Dat project, dat naar schatting 4 miljard pond zal kosten, moet halverwege dit decennium van start gaan.