Minstens vijftien mensen zijn woensdag om het leven gekomen door luchtaanvallen in Idlib, in het noordwesten van Syrië. Dat meldt CNN donderdag. Zestig anderen raakten gewond. De aanvallen komen slechts drie dagen nadat in de regio een wapenstilstand tussen Turkije en Rusland van start ging.

De doden vielen tijdens aanvallen op een markt en op een industriegebied. Volgens lokale media zouden er nog mensen onder het puin liggen. Ook andere dorpen in de regio zouden zijn getroffen.

De noordwestelijke provincie Idlib is het laatste belangrijke Syrische gebied dat nog in handen van rebellen is.

Volgens de Witte Helmen, de medische hulpverleners die actief zijn in de belegerde gebieden in Syrië, zijn er sinds de aankondiging van het staakt-het-vuren al tientallen overtredingen vastgelegd.

De hulpverleners beschuldigen Rusland ervan achter de aanvallen te zitten. Het Russische ministerie van Defensie heeft nog niet gereageerd op de aantijgingen.

Honderdduizenden Syriërs ontheemd

De situatie in het noordwesten van Syrië is al lange tijd instabiel. De afgelopen maanden voert het leger van de Syrische president Bashar Al Assad er vaak aanvallen uit. Het leger wordt daarbij gesteund door Rusland. De troepen richten zich op de rebellen in de regio, die veelal gesteund worden door Turkije.

Bijna 350.000 Syriërs, voornamelijk vrouwen en kinderen, zijn sinds 1 december op de vlucht geslagen door het geweld. De meeste ontheemden trekken richting grote steden in het noorden van het land. De burgeroorlog in Syrië woedt inmiddels bijna negen jaar.