Iran heeft toegegeven dat het land het Oekraïense vliegtuig dat woensdag vlak bij Teheran is neergestort, heeft neergehaald. Dat blijkt uit een verklaring van het Iraanse leger op de staatstelevisie. Het toestel zou door een menselijke fout per ongeluk neergeschoten zijn. President Hassan Rouhani heeft zijn excuses aangeboden.

Eerder beweerde Iran nog dat de crash was veroorzaakt door een technisch mankement aan het vliegtuig.

De Iraanse president Rouhani zegt in een tweet dat Iran deze "desastreuze fout enorm betreurt" en dat zijn "gedachten en gebeden bij de rouwende families" zijn. Hij voegt in een andere tweet toe dat het onderzoek naar de toedracht nog verder zal gaan en noemt de fout "onvergeeflijk".

De Boeing 737-800 van Ukraine International vertrok uit Teheran op het moment dat Iran enkele uren eerder een vergeldingsactie op Amerikaanse doelen in Irak had uitgevoerd. Iran hield rekening met een mogelijke tegenaanval door de VS.

Na het opstijgen van het vliegveld van Teheran maakte het vliegtuig een scherpe bocht richting een militaire basis van de Iraanse Revolutionaire Garde. Hierna is waarschijnlijk per ongeluk het luchtafweergeschut in werking gesteld, aldus de verklaring van het Iraanse leger.

Grootayatollah Ali Khamenei is vrijdag op de hoogte gesteld van de fout. Na een spoedberaad gaf de hoogste leider van het land het bevel de informatie openbaar te maken, meldt het staatspersbureau.

'Menselijke fout gemaakt als gevolg van crisis door Amerikaans avonturisme'

De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Mohammad Javad Zarif schrijft op Twitter dat de menselijke fout plaatsvond "tijdens een crisis veroorzaakt door Amerikaans avonturisme". Hij noemt het een trieste dag en biedt net als president Rouhani zijn excuses aan.

Het ongeluk gebeurde enkele uren nadat Iran twee Iraakse legerbases waar Amerikaanse soldaten zijn gelegerd had beschoten, als wraak voor de dodelijke Amerikaanse droneaanval op generaal Qassem Soleimani.

Moment waarop Iran Oekraïens vliegtuig neerschiet vastgelegd
48
Moment waarop Iran Oekraïens vliegtuig neerschiet vastgelegd

Canada wil transparantie, Canadees dodental bijgesteld

De regering van Canada riep zaterdag op tot een uitgebreid onderzoek en waarschuwt Iran dat de wereld toekijkt. "De internationale gemeenschap wil transparantie", aldus de Canadese minister van Buitenlandse Zaken Francois-Philippe Champagne vrijdag tijdens een persconferentie. Ook stelde de minister het aantal Canadese slachtoffers van de ramp bij van 63 naar 57.

In een reactie schrijft de Oekraïense president Volodymyr Zelensky dat de verantwoordelijken gestraft moeten worden, dat Iran compensatie voor de crash moet betalen en dat Oekraïne "volledige erkenning van schuld" verwacht via de officiële diplomatieke kanalen.

Iran heeft vrijdag op de staatstelevisie de zwarte doos van het Oekraïense vliegtuig getoond. Het gaat zelf de gegevens downloaden en onderzoeken en zegt daar zo'n twee maanden voor nodig te hebben. Als het technisch niet lukt omdat de zwarte doos te veel is beschadigd, dan zal Teheran hulp zoeken in het buitenland, aldus Ali Abedzadeh, het hoofd van de Iraanse luchtvaartautoriteit.

Vrienden van een Canadees slachtoffer van de crash rouwen in Toronto. (Foto: Reuters)

MIVD achtte het al waarschijnlijk dat toestel is neergehaald

De Boeing 737-800 van Ukraine International Airlines stortte in de nacht van dinsdag op woensdag neer nabij de Iraanse hoofdstad Teheran. Alle 176 inzittenden, onder wie Iraniërs, Canadezen en Afghanen, kwamen daarbij om het leven.

Verschillende westerse inlichtingendiensten, waaronder die van Nederland, achtten het al waarschijnlijk dat het in Iran neergestorte Oekraïense passagiersvliegtuig door Iraanse luchtafweer is neergehaald. De Nederlandse Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) deed deze uitspraak op basis van eigen informatie.

Abedzadeh van de Iraanse luchtvaartautoriteit ontkende dit vrijdag nog. "Een ding is zeker, het vliegtuig is niet geraakt door een raket," zei hij. De Iraanse regering omschreef alle berichten die dit impliceerden als "psychologische oorlogsvoering".