Het Indiase hogerhuis heeft woensdag een controversiële burgerschapswet goedgekeurd, die volgens critici de seculiere grondwet van India ondermijnt. In sommige delen van het land leidde het besluit tot protesten.

De nieuwe wet houdt in dat boeddhisten, christenen, hindoes, jaïnisten, Parsi's (aanhangers van zoroastrisme) en sikhs die vóór 2015 uit Afghanistan, Bangladesh en Pakistan zijn gevlucht, de Indiase nationaliteit kunnen krijgen. Moslims hebben daar geen recht op.

De wet, die dinsdag al was aangenomen in het Indiase lagerhuis, vond woensdag ook voldoende steun in het hogerhuis. Het wetsvoorstel kreeg 125 stemmen voor en 105 stemmen tegen.

De hindoe-nationalistische regering van premier Narendra Modi zegt met de wet minderheden in buurlanden te willen beschermen. Die lopen daar het gevaar te worden vervolgd vanwege hun religie of afkomst. Critici stellen echter dat de wetsverandering opnieuw bewijst dat Modi van India een hindoestaat wil maken.

In augustus schrapte India ook al een grondwetsartikel dat de autonomie van Indiaas-Kasjmir al zeventig jaar lang garandeerde. Direct daarna werd de regio, waarin overwegend moslims wonen, afgesloten van de buitenwereld. Volgens de Indiase regering leidt het besluit tot extra welvaart en vrede in Kasjmir.

De politie in de Indiase stad Guwahati zet een waterkanon in tegen betogers die protesteren tegen de nieuwe wet. (Foto: Reuters)