Uit een rapport van Michael Horowitz, de inspecteur-generaal van het Amerikaanse Ministerie van Justitie, blijkt maandag dat het FBI-onderzoek naar Russische inmenging tijdens de campagne van de Amerikaanse president Trump in 2016 legitiem was.

Volgens Horowitz zijn er talloze fouten gemaakt in het onderzoek, maar heeft de politieke voorkeur van FBI-werknemers geen invloed gehad op de beslissing van het bureau om het onderzoek te beginnen.

Het rapport van Horowitz geeft zowel aanhangers van president Trump als de Democraten gelijk op bepaalde punten in het lopende debat dat gevoerd wordt over de legitimiteit van het gevoerde Ruslandonderzoek.

Zo stelt het rapport onder meer dat het legitiem was van de FBI om toezicht te houden op Carter Page, een voormalig campagne-adviseur van Trump. Maar Horowitz zegt ook dat er grove fouten gemaakt zijn om de aanklacht sterker te laten lijken dan die daadwerkelijk was.

Nationaal advocaat John Durham, die een apart gerechtelijk onderzoek uitvoert naar de Russische inmenging in opdracht van de minister van Justitie William Barr, zei in een verklaring het "niet eens te zijn met sommige conclusies van het rapport".

Het FBI-onderzoek naar Russische inmenging in de verkiezingscampagne werd uitgevoerd onder leiding van voormalige directeur Robert Mueller. Dat onderzoek resulteerde in een 448 pagina's tellend rapport waarin niet is vastgesteld dat Trump en zijn campagneteam in aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2016 hebben samengewerkt met Rusland.

Trump noemde het onderzoek een heksenjacht en beschuldigde FBI-medewerkers van politieke voorkeur.