Op het Tahrirplein in de Iraakse hoofdstad Bagdad zijn vrijdag zeker veertien demonstranten gedood. Onbekende schutters in burgerkleding openden het vuur vanuit pick-uptrucks. Ruim veertig mensen raakten gewond.

Het plein in het centrum van de stad wordt gezien als het centrum van de protesten tegen de regering. Het is al maanden onrustig in Irak. De betogers zijn kwaad over de slechte staat van de Iraakse economie, de wijdverbreide corruptie en de sektarische machtsdeling in het land.

Bij deze protesten zijn ruim vierhonderd slachtoffers gevallen door regeringstroepen. Het zijn de grootste demonstraties in het land sinds de afzetting van Saddam Hussein in 2003.

De Iraakse premier Abdul Mahdi heeft vorige week zijn ontslag ingediend nadat hij daartoe was opgeroepen door grootayatollah Ali Al Sistani, de hoogste sjiitische geestelijk leider van het land.

Volgens Al Sistani, die zich zelden met politieke kwesties bemoeit, hebben de demonstranten legitieme eisen en moeten deze zeker niet met geweld door de regering worden beantwoord. Hij roept de regering op zich te haasten met nieuwe wetgeving.

Al Sistani zegt vrijdag dat een nieuwe leider moet worden gekozen zonder buitenlandse inmenging. Vooral Iran en de Verenigde Staten hebben een grote invloed in Irak.