Mogelijk zijn achttien beschermde bruinvissen omgekomen in de Oostzee vanwege een manoeuvre door de Duitse marine. Tijdens een grote oefening blies de marine daar tientallen zeemijnen uit de Eerste Wereldoorlog op, meldt Tageschau.

Dierenbeschermers beschuldigen de marine ervan milieuwetten te hebben overtreden met de oefening. Zij troffen in de weken na de manoeuvre achttien dode bruinvissen aan.

In totaal zijn er 42 mijnen opgeblazen tijdens de oefening in augustus, waaraan bijna vijftig schepen meededen. Bij het ontploffen van een mijn zouden volgens Tageschau alle dieren in een omgeving van 30 meter omkomen.

Momenteel onderzoekt de universiteit van Hannover of er een verband is tussen de oefening en de dood van de beschermde bruinvissen. De dood van de dieren is met name pijnlijk omdat de zeldzame bruinvissen zich in deze periode voortplanten.

Natuurbeschermingsorganisatie NABU zegt dat de Duitse marine bestaande milieuwetgeving heeft genegeerd: "Het laat zien dat de marine ontoereikende maatstaven hanteert wat betreft natuurbescherming, en een compleet falen van de politiek."

Het Duitse ministerie van Defensie laat weten dat bij de actie het belang van veiligheid in het gebied is afgewogen tegen milieubelangen. De aanwezigheid van mijnenruimers van de NAVO tijdens de oefening, was volgens het ministerie een kans om levensgevaarlijke explosieven op te ruimen. De oppositie betwijfelt deze uitleg gebaseerd op het gevaar van de mijnen, omdat de overheid al drie jaar wist dat de mijnen er lagen.

Dierenbeschermers benadrukken dat preventieve maatregelen genomen hadden moeten worden. Zo kan het effect van de explosie volgens hen beteugeld worden, door een beschermend omhulsel om de mijn te leggen. Daarbij kunnen dieren ook uit het gebied verdreven worden, voordat de mijnen opgeblazen worden.