Honderdduizenden Colombianen zijn donderdag de straat opgegaan om te protesteren tegen het regeringsbeleid van president Iván Duque. Het zou gaan om een van de grootste demonstraties die het land in jaren heeft gezien.

Sinds enkele weken is het onrustig in het land, omdat Duque naar verluidt een maatregel wilde aankondigden voor de pensioenen. In het voorstel zouden die enigszins gekort worden.

Duque heeft het plan nooit officieel gepresenteerd en ontkent dat hij erover nadacht. Desalniettemin daalde de steun voor de president naar een dieptepunt. Nog maar een kwart van de Colombianen zegt vertrouwen in zijn beleid te hebben, het laagste sinds zijn aantreden in september 2018.

De Colombianen zijn ook boos over de "niet nageleefde vredesdeal" met de Colombiaanse rebellenbeweging FARC. In 2016 sloot de Colombiaanse regering een deal met de rebellen, nadat een vijftig jaar durende guerrillaoorlog aan zeker 260.000 mensen het leven had gekost. Zeven miljoen mensen moesten door de burgeroorlog hun huizen verlaten.

Demonstranten botsen met oproerpolitie

In de hoofdstad Bogota liepen de protesten uit op confrontaties met de oproerpolitie. Agenten zagen zich genoodzaakt om traangasgranaten op de demonstranten af te vuren. Ook op het belangrijkste vliegveld in de stad botste de oproerpolitie met activisten.

Over het algemeen verlopen de massaprotesten op een vreedzame manier. Donderdag doken er op sociale media echter filmpjes op waarin luide knallen in de stad te horen zijn. Het is onduidelijk hoeveel gewonden er zijn gevallen en hoeveel demonstranten gearresteerd zijn.