Een voormalig medewerker van het Britse consulaat in Hongkong zegt te zijn gemarteld door de Chinese geheime politie, schrijft BBC News woensdag. Buitenlandminister van het Verenigd Koninkrijk Dominic Raab heeft de Chinese ambassadeur ontboden en laat weten "diep verontwaardigd te zijn over de schandelijke behandeling" van de oud-medewerker.

Simon Cheng is een burger van Hongkong en werkte twee jaar lang voor het Britse consulaat. Tijdens een reis naar het Chinese vasteland in augustus werd hij vijftien dagen vastgezet en beschuldigd van het aanzetten tot politieke onrust in Hongkong.

Cheng zegt geslagen en vastgeketend te zijn door de Chinese geheime politie. Ze ondervroegen hem over activisten die de protesten voor meer democratie in Hongkong leidden en welke steun de Britse overheid deze demonstranten zou hebben gegeven. Slaap werd hem door zijn gevangenbewaarders onthouden. Bronnen binnen de Britse overheid laten BBC News weten dat ze de claims van Cheng geloven.

De Britse buitenlandminister Raab veroordeelt de behandeling van Cheng door China en zegt dat het neerkomt op marteling: "Ik heb de Chinese regering duidelijk gemaakt dat ik verwacht dat ze deze zaak onderzoeken en de betrokken personen ter verantwoording roepen."

Minister van Justitie van Hongkong Teresa Cheng (geen familie) zegt geen mening te hebben over de beschuldigingen. Volgens Cheng had de oud-consulaatmedewerker zijn klachten moeten indienen bij de relevante autoriteiten in China: "Er is meestal wel een manier waarop dit soort zaken gelucht kunnen worden."

Cheng observeerde protesten voor consulaat

Chinese staatsmedia hebben eerder gesuggereerd dat Cheng is opgepakt omdat hij gebruik wilde maken van de diensten van een prostituee: een beschuldiging die vaker wordt gebruikt om politieke gevangenen in China aan te houden.

Chengs oorspronkelijke rol bij het consulaat was om Chinese investeringen in Schotland aan te moedigen. Voor dit werk reisde hij vaak af naar het Chinese vasteland. In juni meldde Cheng zich echter aan voor een extra taak bij het consulaat en begon met het verzamelen van informatie over de protesten in Hongkong.

Cheng steunde volgens de BBC de prodemocratische beweging en kon zich daarom makkelijk tussen de demonstranten begeven. Zowel Cheng als Britse overheidsfunctionarissen benadrukken tegen BBC News dat zijn taken strikt beperkt waren tot observatie - het soort werk dat vaker door ambassades uitgevoerd wordt.

China beschuldigt Britten van inmenging

In de periode dat Cheng begon met het verzamelen van informatie over demonstraties, begon de Chinese regering de Britse overheid te beschuldigen van inmenging bij de protesten in Hongkong. Britse politici lieten steeds vaker weten de demonstranten te steunen.

Bij een reis naar het Chinese vasteland voor het consulaat, werd Cheng opgepakt door de Chinese politie. Hij had in die tijd e-mails op zijn telefoon staan die hem in verband brachten met zijn werk als observant voor het consulaat.

'Politie brengt Hongkongers naar vasteland'

Cheng vertelt onder meer dat de geheime politie toegaf grote groepen opgepakte demonstranten van Hongkong naar het vasteland te brengen en daar op te sluiten. Oorspronkelijk ontstonden de protesten tegen de regering van Hongkong vanwege een wetsvoorstel waardoor Hongkongers aan de Chinese overheid uitgeleverd konden worden om daar berecht te worden. Dit wetsvoorstel is uiteindelijk geschrapt.

In de gevangenis moest Cheng volgens hem onder andere urenlang gehurkt tegen een muur zitten en werd hij geslagen wanneer hij een beweging maakte. Om niet in slaap te vallen, zou hij het Chinese volkslied hebben moeten zingen.