Gambia heeft maandag bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag een rechtszaak aangespannen tegen Myanmar. Het land beschuldigt Myanmar ervan genocide gepleegd te hebben tegen de islamitische Rohingya-minderheid.

In een verklaring zegt de Gambiaanse minister van Justitie Abubacarr Tambadou te willen dat Myanmar verantwoordelijkheid neemt voor de acties tegen de Rohingya's. "Het is een schande voor onze generatie, dat we niets doen terwijl een genocide zich recht onder onze ogen afspeelt."

De aanklacht van Gambia is gebaseerd op het VN-genocideverdrag uit 1948, dat zowel door Gambia als Myanmar is ondertekend. Gambia dient de aanklacht samen met de Organisatie voor Islamitische Samenwerking (OIS) in.

Het advocatenkantoor dat Gambia bijstaat, verwacht dat in december de eerste zittingen gehouden zullen worden.

Duizenden doden door hard optreden Myanmar

De regering van Myanmar trad in 2017 hard op tegen de Rohingya's, nadat Rohingya-rebellen een legerbasis en enkele politiebureaus hadden aangevallen. De rebellen wilden hun onvrede uiten over de achtergestelde positie van de Rohingya's in Myanmar.

De Myanmarese veiligheidstroepen reageerden met veel geweld. Complete dorpen werden in brand gestoken, vrouwen en meisjes werden verkracht en duizenden mensen kwamen om het leven.

Mensenrechtenchef VN: 'Schoolvoorbeeld van etnische zuivering'

Volgens de mensenrechtenchef van de Verenigde Naties is het geweld "een schoolvoorbeeld van etnische zuivering". Het onderzoeksteam van de VN zei eerder dat de Myanmarezen die voor het hardhandige optreden verantwoordelijk zijn, moeten worden doorverwezen naar het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Sinds de start van het bloedige offensief van de Myanmarese regering in de deelstaat Rakhine - waar het merendeel van de Rohingya's woont - zijn al meer dan 730.000 Rohingya's uit Myanmar gevlucht. De meesten vluchtten naar buurland Bangladesh.