Het Iraakse leger heeft maandag in Bagdad een avondklok ingesteld. Ruim zeventig mensen kwamen dit weekend om tijdens protesten tegen de regering.

De avondklok, die "tot nader order" van kracht is, geldt voor de nachtelijke uren. Veiligheidsdiensten zullen de demonstranten op het Tahrirplein om middernacht verdrijven.

In Irak zijn sinds begin oktober ruim 230 mensen omgekomen bij demonstraties tegen de regering. Facebook, Twitter en WhatsApp worden al weken geblokkeerd. De Iraakse ordetroepen schieten met rubberen kogels, maar ook met scherp.

Meerdere demonstranten zijn niet van plan zich aan de avondklok te houden. "We blijven tot de laatste dag," zegt een van hen, "ook al komen er duizend mensen om." Duizenden actievoerders uiten hun ongenoegen over corruptie, de werkloosheid en het gebrek aan basisvoorzieningen.

Veiligheidsdiensten zetten maandag traangas in tegen scholieren en studenten. Zij gingen de straat op ondanks een waarschuwing van premier Adel Abdul-Mahdi. De politicus zei zondag dat iedereen die niet naar werk of school gaat, zwaar gestraft zou worden.

Protesten maken einde aan relatief stabiele periode

In een poging de demonstranten tegemoet te komen, heeft het parlement maandag een pakket maatregelen doorgevoerd met onder meer salarisverlagingen voor overheidsfunctionarissen. Ook stelde de regering commissies in om binnen vier maanden met voorstellen te komen om de grondwet aan te passen.

Critici stellen dat de maatregelen te laat komen. In het olierijke land heerst grote ongelijkheid; veel Irakezen leven onder de armoedegrens. Een groot deel van de demonstranten heeft het vertrouwen in de overheid opgezegd. Zij zien de politici als speelbal van buitenlandse mogendheden op zoek naar invloed in de regio, waaronder de Verenigde Staten en Iran.

De protesten maken een einde aan een relatief rustige periode van twee jaar. Irak heeft sinds de invasie van de VS in 2003 te maken gehad met een buitenlandse bezetting, een burgeroorlog en de opkomst van Islamitische Staat (IS). Veel van de ordetroepen die eerder tegen IS vochten, staan nu tegenover de demonstranten.