Demonstranten in Libanon zijn zaterdag voor de tiende dag op rij de straat op gegaan. Politie en militairen zijn naar centrale wegen in het land uitgerukt om te proberen verkeersblokkades te voorkomen, terwijl betogers obstakels op de wegen plaatsen of zelf fysiek het verkeer stoppen.

De protesten braken uit toen de regering belasting wilde heffen op belgesprekken via sociale media zoals WhatsApp.

Nadat dit belastingvoorstel werd ingetrokken, gingen de protesten door en richtten de tienduizenden betogers zich op economische problemen, de slechte staat van publieke voorzieningen en wijdverspreide corruptie in Libanon.

Na vijf dagen van demonstraties kwam de Libanese overheid met een pakket economische noodmaatregelen in een poging om de demonstraties te sussen. Toch gaan de protesten door. Banken, scholen en verschillende bedrijven hebben de deuren gesloten.

Uitgerukte politie en militairen probeerden wegen te openen, wat op een brug in de grootste Libanese stad Beirut leidde tot schermutselingen tussen overheidstroepen en demonstranten die de weg blokkeerden. In Beirut zijn mensenmassa's op straat die nationalistische muziek spelen en spandoeken en Libanese vlaggen dragen.

Overheid wil salarissen van ministers halveren

Als onderdeel van de economische noodmaatregelen wil de Libanese overheid onder meer de salarissen van ministers en parlementariërs halveren.

Ook heeft de regering het ambitieuze voorstel aangenomen om het begrotingstekort in 2020 terug te brengen naar "bijna nul", wat neerkomt op 0,6 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

Verder wil de regering de telecomsector privatiseren en elektriciteitsbedrijven hervormen. Momenteel bezit de staat deze elektriciteitsbedrijven en zijn ze omstreden omdat niet alle Libanezen van stroom kunnen worden voorzien. De bedrijven kosten echter jaarlijks ongeveer 2 miljard dollar (ongeveer 1,8 miljard euro).