Zo'n miljoen mensen zijn vrijdag in de Chileense hoofdstad Santiago de straat op gegaan om vreedzaam te protesteren tegen het regeringsbeleid van president Sebastián Piñera, schrijft gouverneur Karla Rubilar op Twitter.

Daarmee is de protestactie groter dan al haar voorgangers uit de laatste drie weken, toen de onrust in het land aanwakkerde.

Niet alleen in Santiago werden acties georganiseerd: ook in de rest van Chili waren, weliswaar kleinere, protestmarsen. In de Chileense havenstad Valparaiso moest het Chileense congres worden ontruimd nadat de sfeer in de omgeving grimmig werd.

President Piñera probeerde de demonstraties woensdag juist de kop in te drukken door om vergeving te vragen en sociale hervormingen aan te kondigen. Zo zou er een gegarandeerd minimumloon komen, een verhoogd pensioen en werden elektriciteitskosten gestabiliseerd. De prijsverhogingen zouden worden teruggedraaid.

De demonstranten op Plaza Italia in Santiago hadden borden bij zich waarmee zij de regering aanspoorden om de maatregelen door te voeren. De president schreef na het massaprotest dat "iedereen" de boodschap heeft gehoord en dat het protest "hoop biedt".

Verhoging tarief openbaar vervoer was druppel die emmer deed overlopen

Chilenen zijn gepikeerd omdat Piñera de tarieven in het openbaar vervoer wilde verhogen. Onder het Zuid-Amerikaanse volk heerste al langer onvrede over de hoge kosten van levensonderhoud en de sociale ongelijkheid.

Bij eerdere betogingen raakten agenten en demonstranten meerdere malen slaags met elkaar. Er vielen al achttien doden, onder wie een kind. Bijna zevenduizend mensen zijn gearresteerd en in Santiago werd een avondklok ingesteld.