Bij opgelaaide protesten in de Iraakse hoofdstad Bagdad zijn vrijdag veertig doden gevallen.

Duizenden mensen gingen na drie weken zonder protesten de straat op om te demonstreren tegen onder andere de slechte economische situatie in het land en de corruptie.

De Iraakse politie zette onder andere rubberen kogels en traangas in om de anti-regeringsdemonstranten uiteen te drijven. Volgens veiligheidsfunctionarissen zijn er ook tientallen mensen gewond geraakt.

De protesten in Bagdad begonnen op 1 oktober. Inwoners van de hoofdstad zijn boos over vermoedelijke corruptie binnen de regering, de hoge werkloosheid in het land en het gebrek aan basisvoorzieningen. Al snel grepen veiligheidstroepen hard in.

Na een week van geweld in Bagdad en in de zuidelijke provincies van het land, stelde een door de regering aangestelde onderzoekscommissie vast dat veiligheidstroepen buitensporig geweld hadden gebruikt bij het uiteendrijven van demonstranten. Er vielen eerder al meer dan 130 doden en meer dan drieduizend gewonden.