De Chileense president Sebastián Piñera heeft zaterdagochtend (Nederlandse tijd) de noodtoestand uitgeroepen in de hoofdstad Santiago. Dit doet hij nadat Chileense autoriteiten vrijdagavond het complete metronetwerk in Santiago afsloten, omdat hevige demonstraties waren uitgebroken tegen prijsverhogingen voor metrotickets.

De demonstraties begonnen toen scholieren en studenten de straat op gingen uit protest tegen de prijsstijgingen, die 6 oktober in werking gingen.

De prijs voor een ticket tijdens de spits steeg bijvoorbeeld van ongeveer 800 Chileense peso naar 830 Chileense peso (1,05 euro). De verhogingen zijn volgens autoriteiten het gevolg van de zwakke positie van de peso, samen met hoge energiekosten.

In de afgelopen twee weken vonden tweehonderd incidenten plaats in de metrostations van Santiago, voornamelijk doordat jongeren over hekken sprongen en poorten forceerden. In een aantal gevallen moest de politie ingrijpen met wapenstokken en traangas.

Op vrijdag werden de protesten steeds grimmiger en uiteindelijk zelfs gewelddadig. Betogers staken stationsingangen en een stadsbus in brand en vernielden toegangspoortjes van stations tijdens de middagspits.

Duizenden betogers gingen 's avonds de straat op en blokkeerden onder meer het verkeer. Daarop besloten autoriteiten om alle 136 metrostations in de stad af te sluiten.

Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft het reisadvies voor Chili zaterdag aangescherpt en laat aan reizigers weten de situatie "op de voet te volgen".