De Europese Unie heeft maandag de Turkse inval in Syrië veroordeeld. Ook hebben alle 28 lidstaten toegezegd de wapenlevering aan Turkije in te perken. Het gaat hierbij om de wapens die het Turkse leger kan gebruiken in Syrië.

Alle buitenlandministers van de EU-landen zijn overeengekomen dat Turkije niet meer voldoet aan de Europese voorwaarden om wapens te ontvangen. Wapenlevering aan Turkije zou namelijk regionale instabiliteit veroorzaken.

Deze gedeelde interpretatie van de voorwaarden is van belang, omdat de Europese voorwaarden voor wapenhandel bindend zijn voor alle EU-lidstaten. Volgens ingewijden is dit besluit van de buitenlandministers een ongekend harde uitspraak, omdat ze gericht zijn tegen NAVO-bondgenoot Turkije. Het gevolg is dat de EU-lidstaten in elk geval voornemens zijn geen nieuwe exportvergunningen voor wapens uit te schrijven.

Nederland besloot afgelopen vrijdag al de wapenlevering aan Turkije op te schorten. Duitsland, Frankrijk, Finland en Noorwegen hebben dit ook al op eigen initiatief gedaan. Of de nieuwe Europese overeenstemming ook op eventuele bestaande exportvergunningen van toepassing zal zijn, moet nog blijken. Woensdag zullen de lidstaten de details van het embargo met elkaar bespreken.

'Lijkt geen allesomvattend embargo'

Een aantal Tweede Kamerleden stelt op Twitter dat de maatregelen niet ver genoeg gaan. "Waar zijn de echte sancties", reageert D66'er Sjoerd Wiemer Sjoerdsma. VVD-Kamerlid Sven Koopmans schrijft: "Treurig, onvoldoende. De EU had de vele steungelden aan Turkije moeten stopzetten. Dat zou Erdogan wel raken waar het pijn doet."

"Het lijkt niet een volledig en allesomvattend wapenembargo", stelt hoofddocent aan de Universiteit Maastricht Hylke Dijkstra."De vraag is hoe ver het embargo zal reiken. Relevanter is dat veel grote EU-landen zelf een embargo hebben afgekondigd."

Ook is het volgens Dijkstra belangrijk om op te merken dat Turkije de meeste wapens uit de Verenigde Staten importeert. En dat het nog te bezien valt hoe dit embargo zal passen in de NAVO-verplichtingen tegenover Turkije.

Lidstaten veroordelen inval

De buitenlandministers overleggen maandag in Luxemburg over de laatste ontwikkelingen in Syrië. Turkije is sinds woensdag bezig met een offensief in het noordoosten van het land. De Turkse president Recep Tayyip Erdogan wil daar een "veilige zone" creëren.

Meerdere EU-landen, waaronder Nederland, hadden het besluit van de Erdogan vorige week al veroordeeld. Die kritiek viel slecht bij Erdogan, die vervolgens dreigde de enkele miljoenen Syrische vluchtelingen in Turkije naar Europa te sturen als de EU de inval zou veroordelen als een invasie of bezetting.

Door de nieuwe geweldsuitbraak in Syrië zijn 130.000 mensen op de vlucht geslagen, aldus de Verenigde Naties. De VN denkt dat dit aantal bovendien nog kan stijgen. Stichting Vluchteling maakt zich ernstig zorgen over de mensen in het gebied, omdat de opvangkampen in de regio overvol zouden zitten. Bij de gevechten zijn volgens de Turken al honderden Koerdische strijders om het leven gekomen.

Syrisch leger aangekomen in noorden van Syrië

Het Syrische leger heeft maandagochtend het noorden van Syrië bereikt om de confrontatie aan te gaan met het Turkse leger. Dit is een direct gevolg van het akkoord dat de regering van de Syrische president Bashar Al Assad zondag sloot met de Koerdische strijders die het noordoosten van het land in handen hebben.

Vanwege deze afspraken trok het Syrische leger zondagavond naar de steden Manbij en Kobani, die Al Assad in ruil voor zijn hulp in handen krijgt. Verdere details over de inzet van het Syrische leger zijn nog niet bekendgemaakt.